Gezinskaart van Cornelis de Witt (1623-1672)

Cornelis de WITT, geboren Dordrecht 15-05-1623, overleden Den Haag 20-08-1672, begraven Nieuwe Kerk Den Haag 22-08-1672, zoon van Jacob de WITT (houthandelaar en burgemeester) en Anna van den CORPUT.

Cornelis de Witt
(RKD)

Hij was in de Nederlandse Republiek een van de leidende figuren van de staatsgezinden en behoorde tot de bekendste Nederlanders van zijn tijd. Hij was de twee jaar oudere broer van raadspensionaris Johan de Witt. Cornelis was burgemeester van Dordrecht, lid van de vroedschap en regent in Dordrecht, ruwaard van de heerlijkheid Putten en baljuw van de Beijerlanden. Hij was in 1667 als gevolmachtigde van de Staten-Generaal aanwezig bij de Tocht naar Chatham. Zowel Cornelis als Johan werden op 20 augustus 1672 door orangisten vermoord, waarna hun lijken werden verminkt. De moord behoort tot de meest gedenkwaardige in de geschiedenis van Nederland (wikipedia).

Cornelis is getrouwd 21-09-1650 met Maria van BERCKEL, geboren Rotterdam 31-05-1631, overleden Dordrecht 05-08-1706, dochter van Johan van BERCKEL en Elisabeth PRINS.

Het huwelijk werd uitgesteld door stadhouder Willem II van Oranje, omdat hij de vader van Cornelis, Jacob de Witt, in de staatsgevangenis had gezet.

Maria van Berckel
(regionaalarchiefdordrecht.nl)

Uit dit huwelijk:

  1. Jacob de WITT, gedoopt Rotterdam 09-12-1653, overleden (aan de kinderpokken) Wenen (Oostenrijk) 22-06-1675.
  2. Johan de WITT, gedoopt Dordrecht 13-11-1655, overleden vóór 1660.
  3. Johan de WITT, geboren 27-12-1660.
  4. Anna Elisabeth de WITT, geboren Dordrecht 11-11-1667.
    Zij is getrouwd Dordrecht 22-06-1688 met Simon MUYS van HOLY, gedoopt Dordrecht 28-02-1660, overleden 24-03-1718, zoon van Arend MUYS van HOLY en Elisabeth de CARPENTIER.
  5. Maria de WITT, geboren 19-10-1669, overleden 1686.
  6. Wilhelmina de WITT, gedoopt Dordrecht 03-07-1671, overleden en begraven Dordrecht 12-02-1701.
    Zij is getrouwd Dordrecht 25-05-1692 met haar volle neef Johan de WITT, geboren Den Haag 27-05-1662, overleden Dordrecht 24-01-1701, zoon van Johan de WITT en Wendela BICKER.
    Wilhelmina en Johan overleden kort na elkaar aan een besmettelijke ziekte.

Tussen 1653 en 1671 kregen Cornelis de Witt en Maria Van Berckel 9 of 10 kinderen. In de jaren zestig werd ze geopereerd aan een aandoening aan haar borst, maar na de operatie kreeg ze nog drie gezonde kinderen. Van de kinderen uit het huwelijk van Maria en Cornelis stierf een onbekend aantal op zeer jonge leeftijd. Slechts vijf werden er volwassen of bijna-volwassen.

Door haar sterke persoonlijkheid viel Maria van Berckel op onder tijdgenoten. Ze stond bekend als een standvastige en intelligente vrouw die haar echtgenoot adviseerde, met hem meedacht en hem verving bij afwezigheid. Ze kwam duidelijk voor haar mening uit en eiste dat er rekening met haar werd gehouden. Schrijver en tijdgenoot Emanuel van der Hoeven omschreef haar als: ‘Een vrouw van zeldzame hoedanigheden, bestaande in een louter verstand, vaardig oordeel en uitgelezen schoonheid.’

Maria van Berckel rond 1570, waarschijnlijk met dochter Wilhelmina.
(RKD)

Maria maakte in 1705 haar laatste testament op, waarin ze Anna en de kinderen van Wilhelmina tot erfgenamen benoemde. Ook in deze laatste fase van haar leven kreeg ze veel bewondering. Na haar begrafenis op 11 augustus 1706 in de Grote Kerk van Dordrecht kwam er een lange reeks van lijkdichten ter ere van Maria op gang.

Op 20 augustus 1672 werd Cornelis met zijn broer Johan de Witt door orangisten vermoord en op gruwelijke wijze verminkt. De moord geldt als een van de meest gedenkwaardige en beschamende gebeurtenissen in de Nederlandse geschiedenis.

Ook na de moord op Cornelis en Johan toonde Maria inzicht in hoe het best gehandeld kon worden. Nog diezelfde dag schreef ze vanuit Rotterdam een brief aan schoonzus Johanna de Witt in Den Haag. Ze adviseerde Johanna om niet opzichtig te rouwen en het familiewapen niet op te hangen, zoals gebruikelijk was. Een verstandig advies, zo bleek later. Want het familiewapen werd tóch opgehangen in de Nieuwe Kerk, waar de gebroeders waren begraven. Het werd door een woedende menigte aan stukken geslagen. Maria keerde na Cornelis’ dood niet meteen terug naar Dordrecht, maar ging in het huis van haar overleden ouders in Rotterdam wonen. In die periode kwam ze in conflict met de Dordtse schrijver Lambert van den Bosch (1620-1698). Die beweerde in zijn boek De reysende Mercurius dat Maria een buste van Willem III had laten verwijderen uit het Dordtse gasthuis. Maria liet het er niet bij zitten: ze liet notarieel vastleggen dat ze nooit een beeltenis uit het gasthuis had laten verwijderen.

BRONNEN: regionaalarchiefdordrecht.nl, genealogieonline en geanet.

Den Haag, 20 augustus 1672,
de moord op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt