Gezinskaart van Julius Matthijs van Beijma (1781-1847)
Julius Matthijs van BEIJMA (thoe KINGMA) geboren Ternaad 25-09-1781, overleden Kingma State, Zweins (Franekeradeel) 14-09-1847, zoon van Coert Lambertus van BEIJMA en Agatha Wilhelmina van VOSS.
Hij had aanvankelijk allerlei functies die betrekking hadden op de financiën van de overheid. Van 1819 tot 1820 was hij Vrederechter in het kanton Hindelopen.
Julius is getrouwd 29-06-1806 met Agatha Wilhelmina HEERMA van VOSS, geboren Hoorn (Westerwolde, Groningen) 14-03-1784, overleden Leeuwarden 12-08-1861, dochter van Sijbrand HEERMA van VOSS en Adriana Lumina GEIJ.
Uit dit huwelijk:
- Coert Lambertus van BEIJMA, geboren Workum 18-02-1808, gedoopt Workum 06-03-1808, overleden Lemmer 15-05-1882.
Hij is getrouwd Sneek 02-04-1834 met Jacomina Rosetta Geertruida TJALLINGII, geboren Harlingen 15-04-1808, overleden Bloemendaal 16-05-1888, dochter van Tjalling TJALLINGII en Elizabeth TUINHOUT. - Adriana Lumina van BEIJMA, geboren Workum 05-08-1810, gedoopt Workum 26-08-1810, overleden Workum 10-04-1814.
- Sijbrand Willem Hendrik Adriaan van BEIJMA, geboren Workum 21-10-1812, overleden Leeuwarden 09-08-1877.
Hij is getrouwd Harlingen 24-06-1841 met Eva Margaretha FONTEIN, geboren Harlingen 09-03-1815, overleden Leeuwarden 28-05-1881, dochter van Freerk FONTEIN en Eva van DALSEN. - Naamloze dochter, geboren Huizum 16-05-1815, overleden Huizum 17-05-1815.
- Ulbo Jetze HEERMA van BEIJMA, geboren Huizum 16-05-1815, overleden Workum 09-06-1815.
- Frederik Hessel van BEIJMA, geboren Workum 07-08-1818, overleden Heerenveen 03-02-1899.
Hij is getrouwd Harlingen 27-04-1843 met Aaltje NOYON, geboren Harlingen 10-06-1819, overleden Engwierden 16-01-1900, dochter van Tarquinius Johanna NOYON en Baudina Elisabeth STINSTRA. - Ulbe Jetze HEERMA van BEIJMA, geboren Workum 14-12-1821, overleden Franeker 31-03-1876. Burgemeester en Statenlid.
Hij is getrouwd Groningen 03-08-1848 met Elisabeth GODIN, geboren Tanabang, Batavia (Ned.Indië) 18-07-1829, overleden Baarn 24-02-1904, dochter van Willem GODIN (pakhuismeester) en Gesina Catharina SPECHT.
Julius kreeg in 1821 toestemming de naam thoe Kingma toe te voegen aan zijn achternaam en werd in 1842 erkend te behoren tot de Nederlandse adel. Hij woonde met zijn gezin op de Kingma State in Zweins.
Hij was niet alleen eigenaar van Kingma State met de bijbehorende grond, zoals tuin, oprijlaan en opvaart (bij elkaar ca. 6 ha). Hij bezat ook van veel van de direct rond de state liggende wei- en bouwlanden. Verder was hij eigenaar van de steenfabriek aan de trekvaart en van zestien (van de achttien) huizen van Kingmatille. De twee tolgaardershuizen waren bezit van de stad Franeker. Ook de trekvaart, althans bijna anderhalve hectare ervan, stond op naam van Julius Matthijs, maar waarschijnlijk was hij alleen vruchtgebruiker (voor de belastingen). De trekweg (jaagpad) langs de trekvaart is weer van de stad Franeker.
Daarbij had Julius Matthijs nog negen huizen in Franeker en heel veel land in de wijde omtrek rond Zweins. Kortom, een vermogend man.
Zijn ongehuwde oom Eduard Marius van Beijma was grietman van Franekeradeel en woonde op Kingma State in Zweins. Toen deze in 1825 overleed werd Julius Matthijs grietman (bestuurder) van Franekeradeel en bewoner van Kingma State. Verder bekleedde hij nog tal van functies, zoals bijvoorbeeld: lid van de Provinciale Staten van Friesland, medeoprichter en lid van het bestuur van het Friesch Genootschap.
Julius Matthijs overleed op 14 september 1847 op 65-jarige leeftijd. Drie van zijn zeven kinderen waren toen al overleden. Zijn jongste zoon, Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma, volgde hem op als Grietman van Franekeradeel en woonde met zijn moeder op de Kingma State.
Het testament van Julius Matthijs bepaalde dat zijn vrouw het volledige vruchtgebruik van al zijn bezittingen kreeg. Op 20 april 1848 deed zij afstand van al haar rechten ten gunste van haar vier zoons, te weten Coert Lambertus wonende te Joure, Sijbrand Willem Hendrik Adriaan wonende te Leeuwarden, Frederik Hessel wonende te Heerenveen en Ulbo Jetze Heerma wonende op Kingma State onder Zweins. Daartegenover kan Agatha Wilhelmina van Voss alle meubelen gebruiken die zij nodig acht en zullen de vier zoons haar elk jaarlijks duizend gulden betalen in twee termijnen.
Agatha Wilhelmina huurt op 12 mei 1856 een huis in Leeuwarden gelegen aan de Noordzijde van de Eewal. Ze woont hier tot haar overlijden op 12 augustus 1861 op 77-jarige leeftijd. Op 6 augustus voelt ze kennelijk haar einde al naderen, want ze stuurt dan, een koerier te paard naar haar zoon op Kingma State. Dit blijkt uit een rekening hiervoor van ƒ 6,-. Na haar overlijden wordt ze in lijkkist per boot naar Zweins gebracht en aldaar op 14 augustus begraven.
BRON: kingmastate.nl


