Gezinskaart van Marten Douwes Teenstra (1795-1864)

Marten Douwes TEENSTRA, geboren Ruigezand 27-09-1795, overleden Ulrum 29-10-1864, zoon van Douwe Martens TEENSTRA en Jantje Luies DIJKHUIS.

Marten Douwes Teenstra en Gezina Debora v.d. Leij, geschilderd door neef Cornelis Douwes Teenstra. (detail familieportret collectie Rijksmuseum Amsterdam)

Marten is getrouwd Kloosterburen 17-09-1818 met Gezina Debora van der LEIJ, geboren 07-11-1791, gedoopt (als Gesijna Debora) Baflo & Raskwerd 20-11-1791, overleden Ulrum 19-05-1871, dochter van Theodorus Johannes van der LEIJ (predikant van Baflo) en Geertruida TEBBENS.

Uit dit huwelijk:

  1. Jantje TEENSTRA, geboren Den Andel 26-06-1820.
    Zij is getrouwd Ulrum 06-08-1858 met Jan Jacobs RIJTMA, geboren Ulrum 14-11-1821, zoon van Engbert Jacobs RIJTMA en Grietje Jans BEUKEMA.
  2. Johanna Lamina Geertruida TEENSTRA, geboren Den Andel 23-12-1821.
  3. Geertruida Martens TEENSTRA, geboren Den Andel 10-08-1823, overleden Ulrum 10-06-1826.
  4. Douwe Martens Aedsges TEENSTRA, geboren Den Andel 04-10-1824, overleden Groningen 20-05-1902.
    Hij is getrouwd Groningen 27-05-1885 met Hermanna Maria CAPPENBERG, geboren Vlagtwedde 07-03-1845, overleden Groningen 12-06-1924, dochter van Everhardus Arnoldus CAPPENBERG (predikant) en Maria Alegonda LIEFTINCK.
  5. Theodorus Johannis TEENSTRA, geboren Baflo 22-08-1827, overleden Groningen 31-12-1875.

In 1819 kocht de vader van Marten voor hem de boerderij “Arion”, ten noorden van Den Andel, voor ƒ 100.000,–. Hier zat ook 100 hectare land bij. De weg waaraan de boerderij staat is de M.D. Teenstraweg genoemd.
Arion kwam later in het bezit van Pieter Hendrik Meekhof Doornbosch.

Boerderij Arion in 2011, M.D. Teenstraweg 2, Den Andel (foto van Wikipedia)

Arion leed verlies door de gedaalde landbouwprijzen. In 1824 verpachtte Marten daarom de boerderij en liet vrouw en kinderen achter in een huis.
Hij vertrok naar Java om daar te gaan werken als opzichter van bruggen.
Omdat hij er achter kwam dat hij niet als boer zou kunnen handhaven, keerde hij in 1826 hij terug.
Hij liet de “Arion” publiekelijk verkopen en ging met vrouw en kind wonen in Baflo. Hier schreef Marten zijn reisbrieven en in 1827 ging hij werken als gemeenteontvanger.
Dit leverde ook te weinig op en in 1828 vertrok hij daarom naar Suriname. Hier ging hij aan de slag als landbouwadviseur. Ook daar werd ook benoemd tot inspecteur van bruggen, straten, wegen en waterwerken en kreeg hij opsporingsbevoegdheid, wat eigenlijk onder het gezag van de procureur-generaal viel.
Zijn vrouw en kinderen woonden ondertussen in een in 1820 door zijn schoonmoeder gebouwd huis aan de Louten in Ulrum.
In 1834 keerde Teenstra terug naar Nederland en kocht vervolgens een huis in Ulrum, “Noord-Indië” genaamd. Hier schreef hij vele boeken en kronieken.
Hij schreef zowel kinderboeken als geschiedenisboeken. Ook bracht hij 2  tijdschriften uit.  In 1824 schreef hij een pamflet “Het kan verkeeren!” Dit was een fel protest tegen de beschuldiging door zijn hooggeleerde oom Jacobus Albertus Uilkens, dat de boeren de financiële problemen aan zichzelf te wijten hadden. Het vlugschrift veroorzaakte een breuk tussen oom en neef, die niet meer zou worden hersteld.
Marten was doopsgezind en vrijmetselaar en een fel tegenstander van ds. Hendrik de Cock.
Hij werd begraven op de Snakkeburen in Ulrum.

Ulrum, begraafplaats Snakkeburen, het graf van Marten Douwes Teenstra
Ulrum, begraafplaats Snakkeburen.
(foto van Lambertus Medendorp)

Marten dichtte voor zijn eigen graf een vers:
“Hier staat zijn laatste koffer
in ‘t stille graf.
Het stof behoort aan ‘t stof
Hij lei zijn reiskleed af.
D’onsterfelijke geest
met hoop en geest verwant
reikt boven het begrip
van menschelijk verstand.
Maak u in vredestijd
door liefde en deugd bemind.
Vertrouw op God.
Hij is uw vader, gij zijn kind”

Bron:

Aanvullende informatie uit het boek “Boer en Heer” van IJntke Botke (ISBN 9023238265).