Gezinskaart van Onno Zwier van Sandick (1759-1822)

Onno Zwier van SANDICK, geboren Den Haag 30-11-1759, overleden Den Haag 03-05-1822, zoon van Johan Alexander van SANDICK en Amalia Henriëtte Wilhelmina van HAREN.

Onno Zwier van Sandick
(geni.com)

Hij was luitenant-generaal en commissaris provincie Utrecht.

Onno is getrouwd Zwolle 01-12-1799 met Henriëtte Engelina FEITH, geboren Zwolle 24-10-1777, overleden Kleef (Duitsland) 29-07-1851, dochter van Rhijnvis FEITH en Ockje GROENEVELD.

Henriette Engelina Feith
(RKD)

Uit dit huwelijk:

  1. Johan Alexander van SANDICK, geboren Zwolle 25-10-1800, overleden Helmond 04-04-1829. Kapitein der Infanterie Oost-Indisch Leger.
  2. Rhijnvis van SANDICK, geboren Den Haag 25-10-1803, overleden Utrecht 23-02-1815
  3. Onno Zwier van SANDICK, geboren Den Haag 02-02-1805, overleden Arnhem 20-11-1883.
    Hij is getrouwd Nieuwleusen 20-12-1833 met Catharina Susanna Leonora van DEDEM, geboren Deventer 21-09-1806, overleden Zwolle 02-07-1876 dochter van Willem Jan van DEDEM en Judith van MARLE.
  4. Ockje van SANDICK, geboren Den Haag 03-06-1806, overleden aan de Vismarkt Groningen 14-11-1868.
    Zij is getrouwd Zwolle 15-06-1832 met Samuel Wolther TRIP, gedoopt Groningen 27-05-1804, overleden Den Haag 26-02-1886, zoon van Herman TRIP (notaris) en Hermanna Elisabeth TJASSENS.
  5. Johan Christiaan Frederik van SANDICK, geboren Naaldwijk 08-04-1808, overleden Deventer 20-02-1886. Predikant.
    Hij is getrouwd Nieuwleusen 03-09-1840 met Susanna Leonora van DEDEM, geboren Deventer 03-08-1809, overleden Terborg (Oude IJsselstreek) 27-01-1845 dochter van Willem Jan van DEDEM en Judith van MARLE.
    Johan hertrouwt Rotterdam 27-07-1853 met Maria Cornelia Anna MEES, geboren Rotterdam 25-01-1821, overleden Deventer 06-12-1884, dochter van Rudolf Adriaan MEES en Maria Elizabeth Adriana ACKERSDIJCK.
  6. Amelia Henrietta van SANDICK, gedoopt Leiden 10-10-1811, overleden Kleef (Duitsland) 03-04-1861.
  7. Charles Guillaume van SANDICK, geboren Den Haag 26-05-1810, overleden Leiden 11-03-1877. Inspecteur.
    Hij is getrouwd Borne 18-04-1856 met Johanna Hendrica DIKKERS, geboren Borne 13-07-1819, overleden Nijmegen 27-05-1871, dochter van Gerhardus Johannus Otto Dorus DIKKERS en Johanna Hendrica LAMBERTS.
  8. Louis Rhijnvis van SANDICK, geboren Utrecht 04-01-1816, overleden Haarlem 28-09-1899.
    Hij is getrouwd Westzaan 24-04-1856 met Elisabeth BUIJS, geboren Westzaan 28-02-1820, overleden Haarlem 26-11-1881, dochter van Cornelis BUIJS (houtkoper) en Maartje de JONG.
  9. Octavius Helias van SANDICK, geboren Utrecht 31-08-1817, overleden Semarang (Indonesië) 03-02-1848. Eerste-luitenant der Genie Oost-Indisch Leger.
  10. Anna van SANDICK, geboren Utrecht 30-09-1818, overleden Kleef (Duitsland) 04-07-1904. Landschapschilderes.

Na het overlijden van haar echtgenoot in 1822 trok Henriette van Sandick-Feith naar Zwolle. Zoon Onno Zwier van Sandick en dochter Ockje Trip-van Sandick bleven in Groningen wonen. Onno Zwier van Sandick jr. beheerde samen met zijn moeder de plantages Mon Bijou en Roozenburg in Suriname, waarbij ze te maken kregen met oplopende schulden.

De oorzaak kan deels verklaard worden door de afwezigheid van de eigenaren, die het dagelijks beheer van de plantages overlieten aan administrateurs. Henriette van Sandick-Feith en haar erfgenamen zouden nooit één voet op Surinaamse bodem zetten. In het memorie van successie van de overleden Onno Zwier van Sandick wordt verwezen naar het bezit van enkele verlaten en dus waardeloze plantages in Suriname. Ten tijde van de formele afschaffing van de slavernij in 1863 ontvingen Henriette van Sandick-Feith en haar kinderen een flinke compensatie voor de in vrijheid stelling van 170 tot slaaf gemaakten. Met dat geld, zo’n 50.700 gulden (omgerekend meer dan 535.000 euro) werden hun schulden afgelost.

Henriette van Sandick-Feith had van haar oom Rhijnvis Feith (1753-1824) ook een aandeel geërfd in de Surinaamse suikerplantage ‘t IJland. Daar werkten in 1863, ten tijde van de bevrijding uit de slavernij, 122 gezonde tot slaaf gemaakten. Toen er compensatie werd uitgekeerd aan de gezamenlijke erfgenamen van Rhijnvis Feith, van wie er nog meer woonden in Groningen, konden ook van Sandick-Feith’s dochter Ockje en haar man Samuel Wolther Trip daarvan mee profiteren. Het echtpaar Trip-Van Sandick bewoonde in dat jaar het pand op het Akerkhof 11, dat nu de status heeft van Rijksmonument.

Henriette Engelina Feith bezat niet alleen een erfdeel in plantage ’t IJland, maar was ook actief betrokken als mede-eigenaar in koffieplantage Mon Bijou en suikerplantage Roosenburg.

Het echtpaar van Sandick-Feith woonde tussen 1819 en 1822 met hun 9 kinderen aan de A-kerkhof 7 in Groningen. Zoon Onno Zwier bleef daarna in Groningen om er te studeren, terwijl dochter Ockje van Sandick door haar huwelijk met Samuel Wolther Trip ook in Groningen gevestigd bleef.

Toen Henriette in 1799 door haar huwelijk betrokken raakte bij het beheer van genoemde plantages, waren deze reeds minder lucratief dan zij in de beginjaren geweest waren. De oorzaak lag in het absenteïsme van de eigenaren op hun plantages. De Van Sandicks legden het dagelijks beheer van de plantages in handen van administrateurs, terwijl zijzelf vanaf 1750 in de Republiek resideerden om vanaf een afstand de lange-termijn ontwikkeling te verzorgen. Ook Feith en haar erfgenamen gingen mee in wat in de 18e en 19e eeuw steeds vaker de tendens werd onder plantage-eigenaren: zij zouden nooit één voet op Surinaamse bodem zetten. Een negatief gevolg van dit absenteïsme was dat eigenaren in Nederland vaak onvoldoende op de hoogte waren van de dagelijkse gang van zaken om de juiste zakelijke beslissingen te kunnen nemen. In het memorie van successie van de in 1822 overleden Onno Zwier van Sandick wordt dan ook verwezen naar het bezit van enkele verlaten en dus waardeloze plantages in Suriname.

(Bron: Directe betrokkenheid van Groningers bij slavernij in de negentiende eeuw, geschiedenisbibliotheekgroningen.nl)

Zoon Johan Alexander van Sandick (1800-1829)(vansandick.com)

BRON: o.a. geneanet