Gezinskaart van Sjabbe Broeils (1561-1645)

Sjabbe BROEILS, geboren Groningen 23-02-1561, overleden Westeremden 26-02-1645, zoon van Sebastiaan BROEILS (bierbrouwer) en Tiaecke.

Sjabbe Broeils

Hij was raadsheer (1596) in Groningen en gezworene (1594).

Sjabbe is getrouwd Trientien Lubberts BIRZA, overleden 1609, dochter van Lubberts BIRZA

Uit het huwelijk met Trientien:

  1. Sebastiaan BROEILS, geboren Groningen 1587, overleden Westeremden 28-09-1657. 
    • Sebastiaan is ondertrouwd Groningen 25-09-1619 en getrouwd Dokkum 16-10-1619 met Anske Arents van BOYMER, geboren Dokkum ca. 1593, overleden Westeremden 28-06-1663, dochter van Arent van BOEYMER en Johanna van ARUM.
      Anske is begraven in de kerk van Warffum.
  2. Lubbert BROEILS, geboren Groningen 1588, overleden 28-09-1657. Studeerde in Leiden.
    • Lubbert is getrouwd 1614 met Frouwe Heerens.
  3. Johan BROEILS.
    • Johan is getrouwd met Alheijt.

Sjabbe Broeils hertrouwt (als Sijabbe Broijls) Martinikerk Groningen 23-06-1610 met Anna Lubberts BIRZA.

Groningen, 23 juni 1610,
huwelijk Sjabbe Broeils en Anna Lubberts

Het olieverfschilderij van Sjabbe Broeils is gevonden op de boerderij “Groot Hoysum” Westervalge in Warffum.
Op het papier in zijn hand staat zijn naam en de toevoeging: “in 1621 Burgemeester tot Groningen en
bezitter van Huisum”, maar dit schijnt later te zijn toegevoegd. Volgens de lijst van burgemeesters
van Groningen is hij echter nooit burgemeester geweest.

Op 8 januari 1619 klaagde Sjabbe Broeils, met zijn zoon Sebastiaan ‘van siin huisfrouwe verlaten te
siin.’ Dominee Stechman en de ouderlingen en de raadsheren Hornkens en Wichering maanden haar
tot een gesprek, maar zij weigerde. Pas op 26 september reageerde Anna Lubbers ten slotte
schriftelijk waarom ze niet met haar man wilde samenleven. Ook al ziet men wel reden voor de
scheiding, toch dringt men erop aan om toch maar weer samen te gaan wonen. De reden voor de
onmin wordt dan ook duidelijk. Sjabbe wil van de stad naar het platteland verhuizen. Hij was al met
‘timmeren’ begonnen en als hij al eens in de stad was praatte hij niet met zijn vrouw. De raadsheer
krijgt vervolgens opdracht zich bij zijn vrouw te voegen. De kwestie bleef de jaren daarna
doorzeuren zonder dat er een oplossing kwam.

In 1625 verkoopt Sjabbe, met volmacht van zijn zoons Sebastiaan, Lubbert en Johan aan Arend
Lubbers (Tetien Onnens) een kwart part van een huis in de Gelkingestraat dat hij geërfd had van
wijlen Beyle Lubbers.
Een aantal jaren later deed zich een ernstige kwestie voor. Op 22 februari 1632 werd er in de
consistorie opgemerkt dat Sjabbe Broeils de kerk meed en er zou daarom op hem worden gelet. Eind
april werd geconstateerd dat hij naar de menisten was overgelopen en zich daar had laten dopen.
Een bezoek van de predikanten Emmius en Uchtman bracht hem niet tot inkeer en Sjabbe moest
zich voorbereiden op een scherp verhoor door de kerkenraad. De predikanten Keuchenius en
Emmius moesten ten slotte toegeven dat ook dit niets had uitgehaald. In september 1636 besloot de
consistorie nog een kwartaal met hem te ‘patiënteren’, maar uiteindelijk barstte toch de bom en in
maart 1637 werd hij geëxcommuniceerd.
Bijna een jaar eerder, in april 1636, was Sjabbe al overgegaan naar de Mennonieten.

(Bron: vanderkaap.org)