Gezinskaart van Unico Evert Alberda (1714-1794)

Unico Evert ALBERDA, geboren huis Vennebroek Anloo?? 02-02-1714, overleden Bij de Boteringeboog aan ‘t Diep Groningen, begraven Groningen 21-01-1794, zoon van Onno TAMMINGA van ALBERDA en Josina Petronella CLANT.

Hij was in 1744 ritmeester van een compagnie paarden.

Uncio is ondertrouwd Groningen 15-10-1744 en getrouwd Groningen 17-10-1744 met Theodora Elisabeth de SIGERS ter BORGH, geboren Eelde ca. 1715, overleden huis Vennebroek 10-06-1747, dochter van Jan Rheint de SIGERS ter BORGH (heer van Vennebroek).

Uit dit huwelijk:

  1. Anna Maria ALBERDA, geboren Guldenstraat Groningen, gedoopt Der Aa-kerk Groningen 15-09-1745.

Unico hertrouwt Meppel 28-12-1748 met Johanna Agnes van DONGEN, gedoopt Meppel 13-07-1730, overleden in het kraambed 1753, begraven in de kerk van Anloo, dochter van Frederik Hendrik van DONGEN en Eva Gijsbertina de SIGERS ter BORGH.

Uit dit huwelijk:

  1. Frederika Eva ALBERDA, geboren Anloo, gedoopt (als Frederika Eva van Vennebroek) Anloo 23-11-1749.
  2. Josina Petronella ALBERDA, geboren Anloo, gedoopt Anloo 26-09-1751, overleden Bij de Boteringepoortenboog N151 Groningen 18-01-1828.
    Zij is getrouwd Groningen 13-04-1775 met Gerard LEWE, gedoopt Breda 07-10-1751, overleden Bij de Boteringeboog aan het Diep Groningen 01-04-1793, zoon van Edzard Willem LEWE en Margaretha Josina ALBERDA (van DIJKSTERHUIS).
  3. Johannes ALBERDA, geboren/overleden 1753, begraven in de kerk van Anloo.

In 1746 vestigde jonker Unico Evert Alberda zich met zijn eerste echtgenote, Theodora Elisabeth de Sigers ter Borch, op het huis Vennebroek in Anloo. Unico Evert was ritmeester en een telg uit het adellijke Groninger geslacht Alberda en zijn grootvader Mello Alberda was heer van de Menkemaborg in Groningen.

In 1747 diende Unico een verzoek om het recht op havezate te verleggen van Paterswolde naar Anloo. Dit verzoek werd toegekend en daarmee werd het Huis te Anloo een havezate met de naam Vennebroek. Het huis was circa 24 meter lang en had twee vleugels van bijna 7 meter. Het huis had elf kamers op de benedenverdieping en elf kamers op de bovenverdieping. Bij de havezate behoorden een Oranje Huis, twee schathuizen, met koetshuis een paarden- en veestallen, en vier arbeiderswoningen. De laatste eigenaar was kapitein Hans Heinrich Beck, die omvangrijke leningen moest afsluiten om het huis te kopen. Het huis raakte in verval en werd in het begin van de 19e eeuw met de grond gelijk gemaakt (Bron: Wikipedia).