Gezinskaart van Georg Rudolph Wolter Kijmmell (1819-1887)

Georg Rudolph Wolter KIJMMEL, geboren Assen 10-10-1819, overleden Assen 18-06-1887, zoon van Jan Abraham Rudolph KIJMMELL en Anna VOS.

Georg Rudolph Wolter Kijmmel
(wikipedia)

Hij was adjunct-commies, secretaris, provinciaal ambtenaar en rijksarchivaris van Drenthe.

Georg is getrouwd Zwolle 11-07-1850 met Anna Clasina OVINK, geboren Zwolle 20-11-1824, overleden Assen 07-11-1898, dochter van Assuerus OVINK (koopman) en Lourentia Willemina REVIUS.

Uit dit huwelijk:

  1. Jan Abraham Rudolph KIJMMEL, geboren Assen 04-11-1851, overleden Assen 22-03-1922. Burgemeester van Havelte en Nijeveen.
  2. Lourentia Willemina KIJMMELL, geboren Assen 11-01-1853, overleden Assen 11-12-1921.
  3. Assuerus KIJMMELL, geboren Assen 10-08-1855, overleden Assen 30-01-1931.
  4. Anne Willem KIJMMELL, geboren Assen 12-07-1861, overleden Den Haag 17-03-1927. Directeur van de Postcheque- en Girodienst.
    Hij is getrouwd Den Haag 10-04-1890 met Albertine Johanna Henriette à BRAKEL REIGER, geboren Batavia 22-10-1861, overleden Den Haag 27-12-1948, dochter van Wilhelmus à BRAKEL REIGER (officier van Justitie Semarang) en Eleonora Maria HORST.


De carrières van de kinderen Jan Abraham Rudolph en Anne Willem waren niet succesvol.  Jan werd veroordeeld wegens valsheid in geschrifte en Anne werd ontslagen wegens falend leiderschap.

Jan Abraham Rudolph Kijmmell

Jan Abraham Rudolph werd ontslagen wegens valsheid in geschrifte, gepleegd als ambtenaar van de burgerlijke stand van Havelte. Hij werd veroordeeld tot een half jaar gevangenisstraf en ƒ 50 boete. Hij ging aanvankelijk tegen dit vonnis in cassatie, maar trok zijn cassatieverzoek weer in. Hij heeft daarna weer bij het provinciaal archief gewerkt tot hij ook daar in 1902 werd ontslagen. Van 1896 tot 1920 was hij (eind)redacteur van de Nieuwe Drentsche Volksalmanak. Hij overleed in maart 1922 nadat hij dronken in het water van de sluis bij Loon was gevallen.

Anne Willem was inspecteur der posterijen en telegrafie. Hij was actief betrokken bij de oprichting van de Postcheque- en Girodienst in 1917 en werd in januari 1918 onderdirecteur bij de nieuwe instelling. In 1921 werd hij aangesteld tot directeur van de Postcheque- en Girodienst. Onder zijn leiding werden de werkzaamheden van deze dienst gecentraliseerd en dat eindigde in een catastrofe. In oktober 1923 moesten de werkzaamheden van de dienst tijdelijk worden stopgezet. Na een jaar, in oktober 1924, konden de werkzaamheden weer worden hervat. Dit veroorzaakte volgens de krantenberichten van die tijd veel maatschappelijke onrust. Op 23 januari 1924 werd er door de directeur-generaal van de posterijen een commissie ingesteld die moest nagaan wie er schuldig waren aan de ontwrichting van de dienst, veroorzaakt door de centralisatie. De commissie concludeerde in een uitgebreid rapport, dat in de kranten van april 1924 uitvoerig wordt besproken, dat de heer Kymmell uit zijn ambt van directeur moet worden ontheven, omdat hij, samen met enkele ondergeschikten, verantwoordelijk was voor de ontwrichting. Aan Kymmell, die reeds met ziekteverlof was, werd per 1 mei 1924 op zijn verzoek eervol ontslag verleend. BRON: wikipedia

Onze Courant 3 mei 1924