Gezinskaart van Henric Piccardt (1636-1712)

Henric PICCARDT, geboren Woltersum 25-03-1636, overleden huize Klein Martijn, Harkstede 06-05-1712, zoon van Gualtherus PICCARDT (predikant) en Hermanna Heyman van OLINGH (of Harmtien Hindriks Olinghe).

Henric Piccardt
Henric Piccardt

Op 17-jarige leeftijd laat Henric zich inschrijven in het Album Academicum van de Groninger Academie voor een studie Rechten en Filosofie.
In 1657 staat hij ingeschreven bij de “Academie van Vriesland” te Franeker.
Wanneer hij 25 jaar is, is hij ineens spoorloos, maar duikt op in Orléans, Frankrijk.
Er was geen geld meer voor een studie in het buitenland en Henric voorziet in zijn onderhoud door zingen en spelen op zijn harp. Hierdoor kon hij in Orléans verder met zijn rechtenstudie en slaagde cum laude.
Henric gaat naar Parijs, waar hij op 27 jarige leeftijd een gedichtenbundel schrijft met de titel: “Les poesies françoises, dediées à Madame Suzanne de Pons, Dame de la Gastevins”. Deze bundel bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek van Groningen.
Om aan de kost te komen deed hij op de Pont Neuf over de Seine een zwarte doek voor het ene oog en kleurde zijn gezicht en haar, om niet herkent te worden door leden van het hof.
Vanwege een vrijage moet hij, wanneer hij 28 jaar is, Parijs ontvluchten. Hij gaat naar Straatsburg, Italië en Duitsland.
In 1667 wordt Henric kamerheer van Lodewijk XIV en kwam regelmatig in ‘s-Gravenhage.
In 1672 verklaarde Lodewijk XIV ons land de oorlog en Henric keerde terug naar Groningen. Hier werd hij gevangen gezet in de Poelepoort, omdat zijn Franse betrekkingen hem verdacht maakten. In de Poelepoort zat hij samen met zijn aanstaande schoonvader Osebrandt Johan RENGERS.

Groningen, Poelepoort

Op 20 februari 1673 werd hij vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Op 9 december 1674 wordt Henric syndicus van de Ommelanden en sluit vriendschap met stadhouder Willem III.

Henric trouwt Groningen 06-12-1679 met de 20 jaar jongere Anna Elisabeth RENGERS, gedoopt (als Anna Elijsabeth) Slochteren 01-06-1656, overleden Harkstede 12-08-1704, dochter van Osebrandt Johan RENGERS en Willem Anna LEWE.

Anna Elisabeth Rengers
Anna Elisabeth Rengers
Groningen, 6 december 1679,
trouwakte Henric en Anna

Op 14 april 1680 kochten Henric en Anna de borg Klein Martijn bij Harkstede.
Henric liet na 1686 de borg sterk uitbreiden, want hij en Anna werden in de nacht van 12 op 13 november 1686 overvallen door het water dat ontstond door de “Sint-Maartensvloed”. Een noordwesterstorm trof vooral de provincie Groningen. Alle dijken werden doorgeslagen en ook de borg Klein Martijn liep onder water. Henric en Anna moesten vluchten naar de zolder.

Harkstede, Klein Martijn voor de sloop in 1896.

Uit het huwelijk van Henric en Anna zijn wel kinderen geboren, maar deze zijn allemaal jong overleden. Nog steeds is onbekend waar ze liggen begraven.
Henric was wel voogd van Evert Rengers, de jongere broer van zijn schoonvader Osebrandt Johan Rengers.
Deze Evert had de Fraeylemaborg in Slochteren geërfd en had in 1688 grote schulden.  Met een lening van zijn goede vriend stadhouder Willem III, die inmiddels in 1689 koning van Engeland was geworden, kon Henric de borg, inclusief de landerijen, in 1690 kopen voor 47.000 gulden. Hij bleef in Klein Martijn bij Harkstede wonen en gebruikte Fraeylema als ontvangstverblijf voor gasten en jachthuis. Deze gasten waren o.a. stadhouder Willem III en Johan de Witt.
Henric was degene die achter de Fraeylemaborg een formele tuin liet aanleggen. Hij liet zich hierbij ongetwijfeld inspireren doordat hij bekend was met de tuinen van Versaille in Frankrijk en paleis Het Loo in Nederland.

Tekening van de tuin achter de Fraeylemaborg
Tekening van de tuin achter de Fraeylemaborg

De kerk in Harkstede
Met een nieuwe lening van zijn vriend stadhouder Willem III liet Henric in Harkstede een nieuwe kerk bouwen. De oude was in 1691 afgebroken.

Kerk Harkstede

 

Gevelsteen boven de ingang van de kerk met de wapens van Piccardt en Rengers

 

De kisten van Henric (links) en Anna (rechts)in de grafkelder van de kerk van Harkstede.
De kisten van Henric (links) en Anna (rechts)in de grafkelder van de kerk van Harkstede.

In de grafkelder van deze kerk liggen Henric en Anna.
Tussen hun grafkisten staat een klein kistje, met hierin het gebalsemde lichaam van Johanna Hendrika Piccardt (1781-1783/1786), waarschijnlijk een dochter van Jan Hendrik Louis Piccardt en Jacoba Aletta Francina van Dam.  Jan was een nazaat van Johan Piccardt, een (volle) broer van Henric.

Henric hield veel van zijn vrouw.
Dit blijkt uit het gedicht, dat hij maakte bij het overlijden van Anna.
Het was oorspronkelijk in het Latijn.

Mijn Anna, wederhelft en luister van mijn leven, Mij liever dan het oog, aan mij van God gegeven!
  Zal ik met tranen en met droeviglijk geklag Uw dood beweenen en dien droevelijken slag?
  O Neen, de dood gaf u het leven;-mij alleen Treft dit verlies, ‘t welk ik tot de kuil beween.
  Vaar dan voor eeuwig wel, mijn hart en tweede ziel, Mijn oog en lust, waarop mijn zorge viel.
  Het graf beware uw lijk, ‘t Zal mij tot rust verstrekken, Wanneer een zelve steen ons beider asch mag dekken.”

(vertaling van Prof J. de Rhoer, Groninger Volks Almanak 1841)

Na de dood van Anna benoemde Henric, op wens van haar, Johannes (Jan) Piccardt (1681-1754) als erfgenaam. Johan was een kleinzoon van Henric’s (volle) broer Johan Piccardt.

Rouwbord Henric Piccardt in de Hervormde kerk van Slochteren
Rouwbord Henric Piccardt in de Hervormde kerk van Slochteren
Rouwbord Anna Elisabeth Rengers in de Hervormde kerk van Slochteren
Rouwbord Anna Elisabeth Rengers in de Hervormde kerk van Slochteren

Bron:

  • Een deel van de informatie in deze gezinskaart is ontleend aan de website www.dodenakkers.nl